Ik ging de eerste nacht slapen in mijn tentje aan de nijl. De volgende dag gingen we naar de sipi falls. ’s Middags gingen we lunchen in een goed westers restaurant. We vervolgde onze reis naar de sipi falls. We hadden een hele dag gereden. Ik kon nog net voor het donker werd de sipi falls zien. In de donkerte moeste we nog op zoek naar een slaapplaats. We vonden een slaapplek en gingen uitpakken.
Huh waar is mijn jas. Waar is mijn jas gebleven? Zat daar niet mijn waardevolle spullen als een paspoort, creditcard in? Nergens mijn jas nergens paspoort of creditcard. Ik raakte in paniek. Hoe kon ik zo stom zijn? Hier sta ik in de middel of nowhere in de donkerte. Ik vertelde Isaac over wat er gebeurd was. Ook hij was ook in shock. Isaac voelt het als zijn verantwoordelijkheid dat mij niks over komt op de reis. Hij was bang dat als het weg zou zijn, dat hij zijn baan als chauffeur/gids kwijt zou raken.
Isaac belde met zijn vrouw om zijn verhaal en gevoel te luchten. Zijn gezin leefde nu ook mee op een goede afloop.
Ik zakte naar de grond. Op mijn knieën en mijn handen op de grond en mijn hoofd in mijn schoot. Hoe kon ik zo stom zijn.
Wat ik al zei Isaac heeft veel contacten. Hij regelde een man die naar het westerse restaurant zou gaan om te vragen of daar mijn jas lag. Die ging kijken maar het restaurant was al dicht en hij kon de eigenaar niet te pakken krijgen. De jas moest daar liggen hadden Isaac en ik nagelopen.
Er zat niks anders op dan te wachten dat het restaurant weer open ging.
’s Nachts hebben we heel weinig geslapen en zijn we vroeg in de ochtend in de auto gestapt weer helemaal terug rijdend. Onderweg stopte we en gingen we bellen naar het restaurant.
Daar kwam het verlossende antwoord. Ze hadden de jas gevonden en achter in het restaurant gelegd.
Isaac waren allebei opgelucht en omarmde elkaar.
Ik heb op mijn reizen al heel wat meegemaakt en stomme dingen gedaan. Dit kan ook bij het rijtje. Oh wat heb ik een goede engelbewaarder.
